Datum: 27-05-2011
Auteur: Johan Schaberg
Sinds kort hebben we een automatische grasmaaier. Dat is zo'n ding dat random baantjes over het grasveld trekt, totdat hij bij een elektrische grensdraad komt. Daar krijgt hij een schok, hij maakt een haakse bocht links of rechtsom, en aan het eind van een dag of een week is hij overal geweest en ziet het gazon er egaal en glad uit. Als zijn accu leeg raakt, zoekt hij zijn laadstation op en daar laadt hij weer bij.
Ik stel me zo voor dat hij zich daar wel eens afvraagt wat de zin van het leven is. Waar het allemaal goed voor, dat eindeloze getuf zonder doel of richting, waarbij je ook nog telkens weer uitkomt waar je begonnen bent?
Wat hij niet weet, is dat ik op mijn balkon tevreden naar mijn mooie grasveld sta te kijken. Wat de bedoeling was, ontgaat hem, dat speelt zich af boven zijn niveau.
Ik stel me die grasmachinevraag ook wel eens, waar het allemaal goed voor is. Laatst viel me iets op in de verhalen en parabels van het Nieuwe Testament waar ik altijd overheen gelezen had. Dat is hoe vaak er gesproken wordt over het belang van oogst en opbrengst. Wij zijn als wijnranken, korenaren of pachtboerderijen, en ergens is er een instantie, een niveau, waar het er geweldig toe doet dat die oogst er komt. In één geval waagt de landeigenaar er zelfs zijn eigen zoon aan om de opbrengst op te halen.
Dat leidt me tot het vermoeden dat het er uiteindelijk niet om gaat of wij een gelukkig leven hebben, of gered of gerechtvaardigd worden. Het gaat om onze opbrengst ten bate van een hoger niveau, een niveau dat wij door onze aard niet kennen. Net zoals mijn grasmaaier niet weet dat hij er is om mij een genoegen te bezorgen.
Ik vermoed dan, met de overmoed van een grasmaaier die denkt dat hij het snapt, dat het gaat om een bewustzijnsoogst. Misschien telt daar zelfs dit stukje wel, als een tarwekorrel in een graansilo. Dus ik ga maar weer voort op mijn random baantjes. Als ik een tik krijg, maak ik een haakse bocht. En als ik moe word, ga ik aan de oplader hangen.




