Datum: 13-01-2012
Auteur: Patrick Verheij

pv_zw_grootNa ons traditionele optreden op 1 januari in café de Blaffende Vis - het dak ging er weer af! - haalden we aan de overkant in café Nol een afzakker. Daar stond Annemarie achter de bar. Een stevige vrouw met kort rood haar en blauwe ogen. Ze staat er al vijftien jaar en het gerucht ging dat ze de nieuwe eigenaresse is. Ik vroeg er naar.

"Ja, Pat, ik moet er wel aan wennen, hoor, klinkt raar: eigenaresse."

Zo lang ik aan de rand van de Jordaan woon kom ik onregelmatig in café Nol en heb er wel eens de microfoon gepakt. Dat was toen de voormalige vriend van Annemarie nog huiszanger was, een gebronsde man met een gebronsde stem, die behalve gebronsd nogal bronstig was: hij ging er vandoor met een ander.

"Toen was het hij eruit of ik," zei Annemarie. Dat was vrij simpel: hij dus."

We bestelden een biertje en namen plaats aan de stamtafel in het midden van de zaak.

Het was rustig. Zestigers Ans en Nol - tot voor gisteren eigenaars - zaten onwennig bij het raam. Ans: "Ja, jongens, ik ga speciaal hier zitten, anders zit ik alleen maar op Annemarie te letten." Ze zag er moe uit, had wallen onder haar ogen. Nol zelf zat stoïcijns aan een biertje, een hand gedraaid op de knie: maak mij wat.

"Nol heb een nieuwe heup," vervolgde Ans, "en nu ben ik aan de beurt - Pat, wat wil je: ik stond hier vijfenveertig jaar geleden al achter de bar - toen leefde ouwe Nol nog - daarna stond ik twintig jaar in de garderobe, en de laatste twintig weer achter de bar." Ze nam een slok, keek langs de rode tl naar buiten. Het regende. De jongens van mijn band in lichte euforie vanwege ons optreden bespraken plannen over een groot theaterconcert. In neonletters boven de uitgang stond café Nol, altijd lol. Aan de muur boven Ans en Nol een getekend portret van ouwe Nol. Hij zag dat het goed was.

Login of registreer om een reactie te plaatsen.